zaterdag 26 mei 2012

Isolated from civilisation: Fraser Island

Waar moet ik beginnen. Dit. Was. Waanzinnig. Mooi.

Drie dagen, twee nachten kamperen op het grootste zandeiland ter wereld? Kamperen tussen wilde honden die rechtstreeks familie zijn van wolven? Yes, please! Om een of andere gekke reden, is er heel veel vegetatie gegroeid is bovenop het zand. Het eiland staat dus eigenlijk boomvol regenwoud - see what I did there?

Dag één werden we gebrieft over het rijden met een 4x4 door zand, over kampeer- en gedragsregels en over de wilde honden op het eiland. Die wilde honden worden dingo's genoemd en lijken op schattige huisdieren, maar ze zijn allerminst beschaafd. Ze zijn daarentegen heel sneaky, jagen in groep en zijn niet bang voor mensen. Wel is het zo dat ze enkel mensen aanvallen als die alleen zijn en als ze zelf in groep zijn. Meestal sturen ze echter een verkenner op pad, die het eten van toeristen gaat stelen zonder dat die het ook maar door hebben. Regel nummer één is dan ook: "keep the food out of the tent, keep the food in the car". Regel nummer twee: no food, no dingoes. Regel drie: do not feed the dingoes. Enfin, de regels lijken duidelijk. Toch liet één iemand onopzettelijk eten in de tent: het was dan ook weg toen we terugkwamen. Iemands koeltas werd gepikt terwijl die naast haar op de bank zat en de dingo was ermee weg. Later vonden we de tas terug en het enige dat er nog in zat was het eten in blik. Want dat krijgen ze nog net niet open :-)

Onze gids was een fantastische kerel. Ik heb beslist om hem "the one guide to rule them all" te noemen. Hij was tot over zijn oren verliefd op het eiland en had de beste playlist ooit in zijn jeep. Zalige mens! Op dag 1 zetten we onze tenten op en toverde hij eindeloos veel dingen uit zijn remork. Eindeloos betekent: 7 tenten, genoeg tentstokken, 6 tafels, een pompbak, twee barbecues, 20 ligmatten, 4 banken, een paar koelboxen, verlichting, regenzeilen en ik ben waarschijnlijk nog iets vergeten.

Toen dat eenmaal klaar was, sprongen we in de jeeps op weg naar Lake Wabby, een prachtig meer verscholen achter een steile, hoge duin. Helder water en achteraan even diep als de duin hoog was. Er was geen mens te horen, behalve wijzelf dan in een echo en het was prachtig zwemwater. 's Avonds gingen we terug naar het kamp, allemaal in twee 4x4's, een bestuurd door onze gids en een bestuurd door iemand die zichzelf had opgegeven om te rijden (waaronder ondergetekende). Geoff zorgde voor de muziek en wijzelf hadden voor eten en drinken gezorgd!

Dag 2: de enige volledige dag op het eiland en dus: vroeg opstaan. Op het programma stonden oa. Lake Allom (vol schildpadjes) waar we voor een stuk doorheen konden wandelen, het scheepswrak Maheno, de noordelijke klif Indian Heads en Champagne Pools, een gezellige grote poel water, enkel van de ruige oceaan gescheiden door rotsen. Ikzelf reed terug naar het kamp met de 4x4 en het was ruig, maar lachen! Onderweg stopten we ook bij Eli Creek, een zoetwaterbron die rechtstreeks een paar honderd miljoen liter water recht in de oceaan laat lopen. Geoff had speciaal een binnenband bij voor deze gelegenheid, om tot het eind te drijven door het glasheldere water (het water was zo helder dat je het water amper zag, letterlijk, en het was drinkbaar). Ik kreeg de eer om tot het einde te drijven, terwijl de anderen van de bron terug naar de jeeps wandelde. Cosy! Het feit dat deze dag compleet ondergeregend was, deerde eigenlijk niemand. Terug in het kamp, haalde Geoff een pingpongballetje boven en stelde hij voor om bierpong te spelen. Ik (als enige man in het gezelschap) bij hem in het team en drie andere teams bekampten elkaar tot er slechts één winnaar overbleef: wij, de Dingo's, wonnen in de finale tegen de drie Deense meisjes, toepasselijk de Vikings gedoopt. Go dingoes, go dingoes, go dingoes!

Dag drie en een helse nacht vol muggenbeten en een steenharde ondergrond later, gingen we met z'n allen naar het bekende Lake MacKenzie. Een fabelachtig mooi meer op het eiland met water waar je los doorheen kan kijken, meters diep tot op de bodem. En dat allemaal boven en naast helwit zand, waarmee ik mijn haar heb gewassen, mijn lijf heb gescrubd en mijn tanden heb gepoetst en gewit, op aanraden van Geoff. Want intussen geloof ik alles wat hij zegt :-) Dat was pas once in a lifetime, en nee, ik ga dat niet aan de Belgische kust doen. Mijn haar is nu hennig zacht! Terzijde: de kapper kost 30 dollar, dus ik ben nog niet geweest. Ik heb de jeep bediend tot we terug aankwamen in het hostel, dus ik heb met andere woorden mijn eerste half uur op Australische wegen aan de verkeerde/juiste/linkse kant van de weg gereden. Het ging wel, het was toch gewoon volgen...

Conclusies: Geoff is een koning, een baas. En hij heeft nog een paar Belgische bieren van mij tegoed. Fraser Island is een absolute parel. Dingoes jaagt ge weg door "haaarrrrr harrrrrrr grrrr bloody fucking dingoes harrrrr" te roepen en er met een steen naar te smijten. En ik ben nog niet zo slecht in bierpong.

Deze trip was zijn geld meer dan waard. Nu nog ene drinken met onze gids en morgenavond een kleine 12u in de bus zitten naar Airlie Beach van waaruit we gaan zeilen tussen 74 paradijseilanden, The Whitsundays.

Cheers!

zondag 20 mei 2012

Brisbane en Noosa

De derde grootstad aan de Australische oostkust waar ik mijzelf een paar dagen in smijt, is Brisbane, door de lovers Brissie genoemd. Ik moet zeggen dat de stad een stuk minder uitstraling heeft dan Sydney. Toch twee dingen die mij opgevallen zijn: veel bruggen over de rivier: hoe gekker hoe liever; en de South Bank, een prachtige kuierzone langs de Brisbane River.

Die South Bank is toch écht wel uniek. Ze hebben geen strand in Brisbane en dus hebben ze beslist om een mini-waterpretpark aan te leggen inclusief strand en zee vlak naast en afgescheiden van de rivier. Want de Australiërs hier houden van zand, zee, zon en blootsvoets lopen, zoveel is zeker. "Walking on bare feet makes you feel more connected to nature". Maarja, als dit altijd het late herfstweer is... Ik hoef geen jeans, trui of schoenen aan te hebben tot een uur of 9 's avonds! En de beste aankoop die ik tot nu toe heb gedaan zijn mijn thongs of flipflops. Maar ik geraak ook wel gewoon aan het wandelen op blote voeten :-)

Intussen merk ik op dat het toetsenbord van de pc waar ik dit aan het typen ben, naar zweetvoeten ruikt.

Het hostel was tof uitgerust en vormgegeven, met als kers op de taart het zwembad op het dak. Maar mijn bed stond naast de treinsporen, zo leek het, want bij elke voorbijrijdende trein leek het gebouw in te storten. Gelukkig slaagde ik er toch in om er af en toe doorheen te slapen, maar echt prettig was het niet. De asociale roommates daarbovenop, zorgden ervoor dat ik niet zo lang in Brisbane gebleven ben. Het leek meer een stad als alle andere, vooral gericht op business en university. Daar heb ik nu even geen boodschap aan.

Daarom: op naar Noosa! Terug naar de kust zou ik zeggen. Noosa is een gezellig dorpje, met een charmant hostel. Er zijn geen stopcontacten in de kamers omdat het gebouw opgelijst staat als erfgoed en er dan enkel heel kleine aanpassingen aan mogen gemaakt worden. Die aanpassingen moeten worden goedgekeurd enal, en voor stopcontacten op de kamers zou dat nooit gebeuren, dusja. Maar geen ramp, de receptie is zoals altijd zeer behulpzaam.

In Noosa word je gebombardeerd met allerlei tours en aanbiedingen, zowel naar Fraser Island en de Whitsundays als op de Everglades hier. Het is dan ook een veel toeristischer aanvoelend dorp dan Byron Bay - dat ik trouwens echt iedereen moet aanraden die hier ooit terechtkomt.

Primeur voor Noosa trouwens: Australiers op vakantie! Tijdens de meet en greet bleek dat er tussen alle Duitsers toch ook nog Aussies rondlopen. Ze zijn een weekje naar Noosa gekomen om te doen wat Australiers doen, surfen. En ze lopen overal, letterlijk overal, met blote voeten. Behalve tijdens het uitgaan, dan trekken ze zo dun mogelijke schoenen aan. Het zijn twee toffe kerels en het is een aangename verandering ten opzichte van alle Duitsers hier, want daarvoor ben ik nu niet naar hier gekomen. Ik ben nog eens met ze gaan proberen surfen, maar de golven waren niet echt goed, en als er dan een goeie golf was, bleek dat rechtstaan toch nog altijd te hoog gegrepen is voor mij. Chris (de Australier) geraakte daarentegen op welke manier dan ook recht op zijn plank. He made it look so easy. Noosa (en het gezelschap) is zo gezellig dat ik beslist heb om hier wat langer te blijven. Het Noosa National Park is ook enorm mooi en een stevige wandeling waard. Trouwens, nu ik het toch over wandelen heb, ik schat dat ik ongeveer 5 tot 10 kilometer per dag wandel. De wandeling strekte zich uit langs de kustlijn voorbij een aantal baaien en strandjes tot aan een klif met een verbluffend uitzicht op de Stille Oceaan. Boiling Pot is zo'n klif in de vorm van een pot waar het water wild in het rond kletst, Hell's Gates is een inham in de klif die de naam alle eer aandoet zodra je naar beneden gaat kijken... Ahja en in Noosa NP heb ik de eerste koala in het wild gespot, de eerste dolfijnen waren te zien in Byron Bay.

Maar morgen is het weer tijd om te vertrekken. Greyhound zal mij verder noordwaarts brengen richting Hervey Bay en het grootste zandeiland ter wereld: Fraser Island!

Enkele weetjes om af te sluiten:
- Kangoeroe komt van de taal van de Aboriginals en betekent "ik weet het niet"
- Koala betekent "ik drink niet"

Cheers!

zaterdag 12 mei 2012

Have a happy day in Byron Bay!

Intussen zijn we in het nog zonnigere Byron Bay beland. Het contrast met de grote stad kon niet groter zijn. Byron Bay is een echte laid back town aan de Australische oostkust. Het is een derde zo groot als Rekem, maar wel het meest oostelijke punt van het land.

Het is dus een enorm chill dorpje met als grootste troeven de prachtige kustlijn en de hippies. That's right, hippies! In Byron Bay is het Ayurveda, massage, sarongs en happy herbs alom. Letterlijk meerdere winkeltjes en salons per straatje. Samen met Nimbin blijkt Byron Bay de enige plaats in Australië te zijn waar cannabis door de vingers gezien wordt, omdat er geen enkele overlast mee gepaard gaat. Het dorpsmotto raadt dan ook aan om een happy day in Byron Bay te hebben. Allerlei winkeltjes, de ene al happier dan de andere, verkopen allerlei alternatieve spullen en al het mogelijk denkbare dat met hennep gemaakt wordt, gaande van kleren tot gezichtsolieën en shampoo. Echt alles is hier doordrenkt van flower power en kleurrijke "live a happy life"-zinnetjes met krijt op borden aan de muren van sommige huisjes geschreven.

Byron Bay staat bekend voor zijn vele mogelijkheden om te gaan surfen. Het stond al op de planning nog voor ik vertrok en inderdaad, ik heb de golven getrotseerd. Na een half uurtje informatie over de techniek, de stromingen, de wind en de 3 types van golven - alles heel verantwoord en down to earth - werden we met ons 8 en 2 instructeurs de zee in gestuurd op zoek naar die perfecte golf. Mojo surf nam ons mee naar Lennox Head, voor de kenners. Mojo betekent trouwens "inner drive",zo wist instructeur Jimmy. Hoe ik het vond? Moeilijk, vermoeiend, maar weer een unieke ervaring. Surfen is zwaar afzien tot op het moment dat ge recht staat en de balans hebt, en dan is het genieten! Het lukte en paar keer, maar meestal was het toch face down de zoute zee in...

Intussen is er ook een werkelijk aimabele oudere Australische meneer gearriveerd die op pensioen is en die na de dood van zijn vrouw beslist heeft om de wereld rond te reizen, te beginnen in zijn eigen land. Hij toont graag zijn materiaal en is vol lof over vooral de pracht van sommige van de kleine dorpjes in Australië. Hij toonde bijvoorbeeld enthousiast een aansteker gemaakt met twee munten uit de jaren 30 en een enorme bout, hij had een hoed uit 1 stuk leer en hij toonde een stevige home made regenjas en een zakmes van samurai staal, waar een paar Japanse tekens in gegraveerd waren. Ik wens hem het allerbeste toe tijdens zijn wereldreis.

Morgen een beetje relaxen op het strand en naar de vuurtoren fietsen. Bij die vuurtoren, het icoon van the Bay op het hoogste punt van het dorp en op het uiterste puntje van de oostkust, vallen er met wat geluk zelfs walvissen en dolfijnen te spotten!

En dan is het tijd voor een nieuwe busrit, naar Brisbane...

vrijdag 11 mei 2012

Sydney, glorious Sydney

Al van in de lucht bleek Sydney, met vooral haar prachtige Opera House en haar al even iconische Harbour Bridge even imposant als verwacht. De stad is duidelijk een stuk groter dan Melbourne, een stuk chaotischer en een stuk zonniger. Zon, yes!

Het hostel waar ik tot vandaag verbleef was uitstekend en een stuk socialer dan in Melbourne. Een grote lobby met keuken, kamers met ruime lockers en veel meer stopcontacten, een een absolutely fabulous rooftop view. Inderdaad, het dak van het gebouw is ingericht als een terras en geeft een fabelachtig uitzicht over de haven met beide iconen in een oogopslag.

Er werden ook een paar toffe activiteiten georganiseerd zoals een tripje naar de Scubar, een danscafé waar lollige krabbenraces gehouden worden of een rooftop BBQ met allerlei vlees waaronder, inderdaad, kangoeroe! Kangoeroe smaakt eigenlijk zoals rundsvlees, maar is iets taaier.

Ik ben eigenlijk onmiddellijk naar circular quay [spreek uit als: kiej], het bruisende stadscentrum gewandeld. Dat is de kaai waar een aantal ferry's aanmeren die iedereen zowat overal naartoe brengen. De weg vinden is hier een stuk moeilijker dan in Melbourne, want het is hier allemaal chaotischer en minder vaak recht op recht, een beetje zoals Brussel, maar dan veel beter en geschikt voor zo'n 4 miljoen mensen.

Ook Sydney is een propere stad met een heel hoge levensstandaard. Mensen zien er meestal zakelijk of toch zeker heel fatsoenlijk uit en durven het aan om met comfortabele wandel- of loopschoenen onder hun kostuum naar hun werk en terug te wandelen. Ik neem aan dat die hoge hakken in de sakosj zitten ofzo...

Maar nu meer to the point. Ik vind Sydney onwaarschijnlijk mooi. Het is als een combinatie van Antwerpen (als havenstad die is wat ze is dankzij de Schelde), Sevilla (zonnig en sfeervol) en met de drukte en hoogbouw die hoort bij een grootstad als bijvoorbeeld New York. Vanop de top van een van de pylonen van de Harbour Bridge kan je zelf de pracht aanschouwen. Ongelofelijk. Moving. Maar daar begon het pas... O ja, voor pa: er werden zo'n 6 miljoen klinknagels gebruikt voor de brug, heel veel beton en staal en zo'n 16 mensen lieten het leven bij het bouwen ervan.

Mijn geboekte tour naar en door de Australische hoofdstad en politieke hart Canberra, werd afgelast en ik mocht als compensatie mee op de luxeversie van de Blue Mountains tour. Jammer, maar ook goed! Vlak (een tweetal uur rijden) buiten Sydney, heb je een stuk bergketen vol eucalyptusbomen. De Blue Mountains dus. Die Blue Mountains zijn ook echt blauw, tot je er bent en dan blijken bomen groen zoals altijd. Onderweg vertelde de buschauffeur annex gids natuurlijk hoe dit komt: de eucalyptus verdampt olie die een blauwe schijn geeft als de zon er op schijnt, het principe valt een beetje te vergelijken met een regenboog. Voor we bij de Blue Mountains aankwamen werd eerst halt gehouden bij Featherdale Wildlife, een zoo met de typische Australische dieren en de typische mogelijkheid to "cuddle a koala and feed a kangaroo". Been there, done that! Eenmaal aangekomen bij Echo Point, het kijkplatform hoog in de Blue Mountains, imponeert de rotsformatie die Three Sisters wordt genoemd. Dit is een rots die door jarenlange erosie is gevormd tot als het ware drie madammekes tegen elkaar. Maar dat was nog niet alles, want een kabelbaanritje in een volledig glazen kooi zou ons op een paar honderd meter boven de grond vlak langs een even hoge waterval brengen. Sommige mensen durfden gek genoeg niet naar beneden kijken door de glazen vloer :-) Op de terugweg naar Sydney bracht de buschauffeur ons nog door de Olympische site van Sydney 2000. De stadions zien er allemaal nog tiptop uit en de appartementen van het Olympisch dorp zijn verkocht en nu elk zo'n miljoen dollar waard. Typisch, toch? De site wordt nog steeds gebruikt voor allerlei sporten en het is waarschijnlijk daarom dat er nog vrij veel bezigheid was. Maar nog steeds was dat niet alles, want op het einde van de dag bracht een avondlijke cruise over de baai ons terug naar hartje Sydney. Voorbij de stadsiconen varen op een boot met een zacht briesje en in short - bloody outstanding...

De dag erna was het tijd om ook het Opera House een verdiend bezoek te brengen. Voor Jeroen: het hele project daar kostte naar het schijnt zo'n 120 miljoen, terwijl het op 7 miljoen geraamd was, en de daken bestaan uit allemaal waterafvloeiende kleine tegeltjes zo groot als een iPod. De architect was dood voor het gebouw af was, maar dat heb ik maar van horen zeggen... Achter de opera liggen de botanische tuinen, ook een prachtig stukje natuur in het midden van de stad.

Sydney heeft daarbovenop nog eens een bruisend nachtleven, met alvast twee plaatsen waar het goed feesten is: de Scubar en de Side Bar. Die Side Bar ziet er een beetje uit als de main room van de Versuz, maar dan onder een hostel in het midden van de stad. Buiten geen flard geluid te horen, gek genoeg. En geen inkom, zodat ik het nog sjikker vind. Sydney is ook zo'n stad waar er op straat een heel aantal publieke toiletten zijn die er niet uitzien zoals de gemiddelde wandelgang onder een autostrade en die gratis zijn. Came in handy, once.

De stranden dan, want ja, ook dàt heeft Sydney. De bekendste zijn Manly Beach en Bondi [spreek uit: bondaai] Beach. Manly Beach is best bereikbaar met de ferry en is een waar surfersoord doordat het eigenlijk een baai is met de ene golf achter de andere. Ook hier geen rotzooi te bespeuren op het strand (er roken wordt bestraft met een paar duizend dollar) en een promenade die lijkt op die van Barcelona, zoals ik die op de foto heb gezien althans. De zon zorgde voor een zalig weer en dus voelde ik mijzelf verplicht om mijn voeten voor het eerst in water van de Stille Oceaan te steken. En zij voelden dat het goed was. Ook Bondi Beach is, vooral in de zomer dan, the place to see and to be seen, een beetje zoals Miami Beach op tv lijkt te zijn...

Intussen zit ik op de bus en is het weer ochtend na een nachtritje van een kleine 10u naar de volgende halte, het dorpje Byron Bay: het meest oostelijke punt van Australië en normaal gezien nog iets warmer, zonniger, strandelijk en surfachtig, want het ligt noordwaarts. Amper kunnen slapen, want zeg nu zelf: wie kan slapen in een bus? Toch nog eens een poging wagen.

Cheers!

zaterdag 5 mei 2012

Bijna weg uit Melbourne, maar nog niet helemaal

Gisteren heb ik een AFL match bezocht in het imposante MCG. AFL, Australian Football League, ook wel footy genoemd, is de nationale sport in... Melbourne. Ja, bijna alle teams in de eerste klasse hebben hun basis in buitenwijken of voorsteden van Melbourne. Ze spelen afwisselend in een van de stadions hun "thuismatchen". De Hawthorn Hawks wonnen tegen St. Kilda Saints met 123 tegen 88. Opvallend: veel respect tussen beide supportersgroepen die ondanks het feit dat ze expliciet voor de ene of de andere ploeg supporterden, toch door elkaar het stadion in mochten en overal door elkaar mochten zitten waar ze wilden - binnen de zones voor het gewone publiek. Er staan geen rij- en zetelnummers op de tickets, fijn voor families enzo... En fans spraken zowaar met elkaar over de wedstrijd in beschaafde termen, ook al waren ze echt wel hevig. Stel u voor! Ik hoop wel heel intens dat de brulaap die naast mij zat, vandaag geen stem meer heeft. Meer dan 42.000 toeschouwers en toch geen Aziaat te bespeuren, dat was zeer vreemd. Want vandaag krioelde het er weer van! En dan zegt een gele roommate dat er toch veel meer van hen rondlopen in Sydney! Jooo!

Melbourne Museum stond ook nog op de planning: ik heb het regenwoud, de dinosaurusexpositie en de geschiedenis van Melbourne bezocht. Vrijwillig naar een museum en dan nog alleen. Nooit gedacht toen we op school dik tegen onze goesting moesten... En in de tuinen bleek dat er aan de lopende band getrouwd werd. Zeker 5 koppels en fotografen die tegelijkertijd rondsloften op zoek naar de mooiste hoek!

Onderweg terug nog voorbij het parlement van deelstaat Victoria gewandeld. Schoon ding, als elke deelstaat er zo een heeft, amai.

De was is ook gedaan en kostte mij maar 5 dollar ipv 7 dankzij iemand die zijn waspoeder onbewaakt liet!

Stikkapot nu van al dat gewandel, en morgen naar Sydney vliegen. Wordt weer een vermoeiende dag, maar daarvoor zijn we hier, toch?

vrijdag 4 mei 2012

Welkom in Melbourne

Voila, ik ben er geraakt. Na een vlucht van een kleine 27 uur zette ik voet aan de grond in Melbourne. Onderweg heb ik geleerd dat Dubai echt wel extravagant uit de hoek kan komen ("Vertu" gsm's met de hopen te koop), dat ze daar geldbriefkes hebben waar ge alleen iets kunt van opmaken door naar de achterkant te kijken en dat er in Kuala Lumpur een ander soort hoofddoek wordt gedragen dan bij ons. Twee keer was het nacht, en twee keer heb ik dus twee van 's werelds hoogste torens (Burj Khalifa en de Petronas Towers) niet kunnen zien. Misschien bij terugkomst...

De douane was vree sympathiek en bleef uit mijn tassen. Enkele vragen over wat ik kwam doen in Australië later, en een aanmanin om zeker naar Cairns te gaan, stond ik op de bus te wachten. Het was op dat moment dat ik voor het eerst merkte dat het weer in Melbourne kan omslaan in een mum van tijd. Ik kijk rond, koop een ticket, geef geld en ineens klettert het. Not unusual, it seems.

Melbourne is een prachtige stad, waar duidelijk intelligent gebouwd is. Het CBD (Capital Business District denk ik) is recht-op-recht, met enkele brede uitvalswegen en de sportaccomodaties vlak buiten het centrum. Een gratis tram cirkelt rondjes rond het CBD, voor de andere trams is het betalen.  Ze hebben zelfs een danscafé gebouwd die voor de helft onder water ligt (in de rivier) en waarvan het dak een wandelbrug is over de rivier. Vet! En het Eureka Skydeck kijkt 360° uit over de stad van op zo'n 88 verdiepingen hoog. Het hoogste viewing platform van het zuidelijk halfrond. Daar moest ik geweest zijn :-) Ik was er zelfs effe ontroerd toen ik met de rustige muziek op de achtergrond naar de duizenden avondlijke lichtjes beneden keek. En ja Michiel, ik heb foto's genomen met een 15" lichtinval en een statiefke...

De Melburnians zijn open en vriendelijk. Een verschil met ons Europeanen, echt waar. Bots bij ons tegen iemand aan en ge hebt kans op boel; bots hier tegen iemand aan en zij verontschuldigen zich met een "oh sorry mate". Excuses van uzelf worden beantwoord met een typische "no worries". Bestel een koffie: "Can I have a coffee please?" - "No worries mate". Vandaag een praatje geslagen met de houders van een kleine brunchtent en hun maat Fav, die zoals intussen toch al 5 of 6 mensen het gesprek begonnen met "where are you from, mate?", zodra ze mijn niet-Australisch Engels hoorden. Ze hebben mij meteen ook maar wegwijs gemaakt in de basics van het Australian Football dat ik morgen ga bekijken en ze raadden mij de wedstrijd van St. Kilda v Hawthorn aan, morgen in het MCG.

Melbourne Cricket Ground is een van de vele stadions die Melbourne telt, naast het Etihad Stadium, AAMI Park, Rod Laver Arena en HiSense Arena. Stuk voor stuk goed onderhouden pareltjes. Het Melbourne Park, waar de Australian Open worden gehouden, ligt er tiptop verzorgd bij, maar ze zijn er wel aan het werken. Alles moet immers nog tiptopper zijn tegen januari. Jammer genoeg regende het die dag serieus, maja, "no worries"!

Het moet hier de properste stad zijn die ik al ooit heb gezien. Tot nu toe heb ik nérgens graffiti gezien en kon ik misschien 10 butts vinden, sigarettenpeuken. Zelfs een tunnel onder het station door - beeld u zelf maar in hoe dat eruit zou zien - was gewoon proper. En veilig ook volgens mij, want verlicht en van camera voorzien. De stad is erg gezellig en zeker niet te druk, wat opvallend is aangezien ze mij zeiden dat er hier 4 miljoen mensen wonen.

Eergisterenavond heb ik een klein toertje door het avondlijke Melbourne gemaakt met Sam(uel), een Zwitser die intussen al ergens in India rondhangt. Er zijn inderdaad veel mogelijkheden om iets te gaan doen, zowel hevig als rustig. Wij hebben het rustig gehouden met een pint en een schooner.

De levensstandaard van de mensen hier kan duidelijk tippen aan die van bij ons, als hij niet hoger ligt. De levenskost ligt wel onmenselijk hoog voor ons Europeanen. Subway-broodjes aan 7 A$, 9 A$ voor ontbijt, 4 A$ voor 2 halve literkes water of Pepsi (ja Bert, sorry),... Voor de Aussies [spreek uit: Ozzies] is dat minder het geval, want die verdienen dik cent. Voor minder dan 20 A$ (15,5 euro) netto per uur komen ze hun bed niet uit, vrees ik. Het is dan ook te merken, want ze zijn, op straat althans, duidelijk beter gekleed dan in, ik zeg zo maar wat, Coventry. En de Aziaten, die zijn overal, en dus ook hier. Met de hopen. Ook in het hostel, dat overigens heel proper is.

Om af te sluiten nog een paar gekke dingen die mij opvielen waarvan Mando waarschijnlijk zou zeggen "typisch dat u dat opvalt":
- wc-papier is eigenlijk één hele lange rol, zonder scheurvoorzieningen
- er wordt links gereden, en soms doen de auto's iets heel geks om naar rechts af te slaan: namelijk eerst links uitwijken tot ze dwars voor de wachtende auto's van links staan, om dan alles voorbij te laten en dan naar rechts te gaan, de fameuze "Melbourne hook"
- veel camera's op straat, maar zeker niet overal, zeker niet zoveel als in, ik zeg zo maar wat, Coventry
- Fransen moeten altijd zonodig weten of ik Frans praat omdat ik uit België kom
- niet alle Aziaten staan in een winkeltje, maar in elk winkeltje staat wel een Aziaat

Zondag neem ik de bus ofwel het vliegtuig (zeker als dat evenveel kost) naar Canberra of Sydney. Waarschijnlijk Canberra.

Cheers!