Waar moet ik beginnen. Dit. Was. Waanzinnig. Mooi.
Drie dagen, twee nachten kamperen op het grootste zandeiland ter wereld? Kamperen tussen wilde honden die rechtstreeks familie zijn van wolven? Yes, please! Om een of andere gekke reden, is er heel veel vegetatie gegroeid is bovenop het zand. Het eiland staat dus eigenlijk boomvol regenwoud - see what I did there?
Dag één werden we gebrieft over het rijden met een 4x4 door zand, over kampeer- en gedragsregels en over de wilde honden op het eiland. Die wilde honden worden dingo's genoemd en lijken op schattige huisdieren, maar ze zijn allerminst beschaafd. Ze zijn daarentegen heel sneaky, jagen in groep en zijn niet bang voor mensen. Wel is het zo dat ze enkel mensen aanvallen als die alleen zijn en als ze zelf in groep zijn. Meestal sturen ze echter een verkenner op pad, die het eten van toeristen gaat stelen zonder dat die het ook maar door hebben. Regel nummer één is dan ook: "keep the food out of the tent, keep the food in the car". Regel nummer twee: no food, no dingoes. Regel drie: do not feed the dingoes. Enfin, de regels lijken duidelijk. Toch liet één iemand onopzettelijk eten in de tent: het was dan ook weg toen we terugkwamen. Iemands koeltas werd gepikt terwijl die naast haar op de bank zat en de dingo was ermee weg. Later vonden we de tas terug en het enige dat er nog in zat was het eten in blik. Want dat krijgen ze nog net niet open :-)
Onze gids was een fantastische kerel. Ik heb beslist om hem "the one guide to rule them all" te noemen. Hij was tot over zijn oren verliefd op het eiland en had de beste playlist ooit in zijn jeep. Zalige mens! Op dag 1 zetten we onze tenten op en toverde hij eindeloos veel dingen uit zijn remork. Eindeloos betekent: 7 tenten, genoeg tentstokken, 6 tafels, een pompbak, twee barbecues, 20 ligmatten, 4 banken, een paar koelboxen, verlichting, regenzeilen en ik ben waarschijnlijk nog iets vergeten.
Toen dat eenmaal klaar was, sprongen we in de jeeps op weg naar Lake Wabby, een prachtig meer verscholen achter een steile, hoge duin. Helder water en achteraan even diep als de duin hoog was. Er was geen mens te horen, behalve wijzelf dan in een echo en het was prachtig zwemwater. 's Avonds gingen we terug naar het kamp, allemaal in twee 4x4's, een bestuurd door onze gids en een bestuurd door iemand die zichzelf had opgegeven om te rijden (waaronder ondergetekende). Geoff zorgde voor de muziek en wijzelf hadden voor eten en drinken gezorgd!
Dag 2: de enige volledige dag op het eiland en dus: vroeg opstaan. Op het programma stonden oa. Lake Allom (vol schildpadjes) waar we voor een stuk doorheen konden wandelen, het scheepswrak Maheno, de noordelijke klif Indian Heads en Champagne Pools, een gezellige grote poel water, enkel van de ruige oceaan gescheiden door rotsen. Ikzelf reed terug naar het kamp met de 4x4 en het was ruig, maar lachen! Onderweg stopten we ook bij Eli Creek, een zoetwaterbron die rechtstreeks een paar honderd miljoen liter water recht in de oceaan laat lopen. Geoff had speciaal een binnenband bij voor deze gelegenheid, om tot het eind te drijven door het glasheldere water (het water was zo helder dat je het water amper zag, letterlijk, en het was drinkbaar). Ik kreeg de eer om tot het einde te drijven, terwijl de anderen van de bron terug naar de jeeps wandelde. Cosy! Het feit dat deze dag compleet ondergeregend was, deerde eigenlijk niemand. Terug in het kamp, haalde Geoff een pingpongballetje boven en stelde hij voor om bierpong te spelen. Ik (als enige man in het gezelschap) bij hem in het team en drie andere teams bekampten elkaar tot er slechts één winnaar overbleef: wij, de Dingo's, wonnen in de finale tegen de drie Deense meisjes, toepasselijk de Vikings gedoopt. Go dingoes, go dingoes, go dingoes!
Dag drie en een helse nacht vol muggenbeten en een steenharde ondergrond later, gingen we met z'n allen naar het bekende Lake MacKenzie. Een fabelachtig mooi meer op het eiland met water waar je los doorheen kan kijken, meters diep tot op de bodem. En dat allemaal boven en naast helwit zand, waarmee ik mijn haar heb gewassen, mijn lijf heb gescrubd en mijn tanden heb gepoetst en gewit, op aanraden van Geoff. Want intussen geloof ik alles wat hij zegt :-) Dat was pas once in a lifetime, en nee, ik ga dat niet aan de Belgische kust doen. Mijn haar is nu hennig zacht! Terzijde: de kapper kost 30 dollar, dus ik ben nog niet geweest. Ik heb de jeep bediend tot we terug aankwamen in het hostel, dus ik heb met andere woorden mijn eerste half uur op Australische wegen aan de verkeerde/juiste/linkse kant van de weg gereden. Het ging wel, het was toch gewoon volgen...
Conclusies: Geoff is een koning, een baas. En hij heeft nog een paar Belgische bieren van mij tegoed. Fraser Island is een absolute parel. Dingoes jaagt ge weg door "haaarrrrr harrrrrrr grrrr bloody fucking dingoes harrrrr" te roepen en er met een steen naar te smijten. En ik ben nog niet zo slecht in bierpong.
Deze trip was zijn geld meer dan waard. Nu nog ene drinken met onze gids en morgenavond een kleine 12u in de bus zitten naar Airlie Beach van waaruit we gaan zeilen tussen 74 paradijseilanden, The Whitsundays.
Cheers!
How beautifull!!!! Enjoy it!!!!!!
BeantwoordenVerwijderen