Zoals beloofd, een stukje over Airlie Beach, het uitvalsdorpje naar de Whitsundays, en de zeiltrip naar, rond en tussen de eilanden zelf. In den beginne waren de eilanden deel van het Australische vasteland, tot het einde van de ijstijd er anders over besliste en de bergketen overstroomde. Resultaat: 74 bergtoppen die nu van elkaar gescheiden zijn door de zee, de ruwe zee.
Zo duf als een oud gordijn kwam iedereen 's morgens uit de bus na een nachtje scheuren over de Australische eenvaksautostrades. Een nacht accomodatie gespaard, jeuj, maar slapen in de bus blijft toch nog een huzarenstukje. Hoe dan ook, alle tijd van de wereld om ergens te liggen niksen op het strand en bij te komen van het, euh, niksen op de bus. Yeah, sitting in the bloody coach is bloody exhausting, mate! Toen besefte ik dat ik mijn camera had achtergelaten in de bus. Gelukkig raakte dat na een paar telefoontjes en een extreem opgenaaide twee uur tijd in orde. Ik kon hem na de trip onderweg naar Cairns ophalen in de Greyhound terminal in Townsville. Wat een opluchting! In Airlie Beach zelf viel er eigenlijk amper iets te beleven. Gelukkig, want ik was niet van plan om met mijne lege kop ook maar iéts uit te richten. Heel het dorp leeft van toeristen die allemaal ooit tijdens hun verblijf naar de haven zullen gaan en er op een boot springen. De haven is dan ook een heel mooie haven, gebouwd in functie van het tij, drijvend dus.
Heb ik trouwens al iets gezegd over de typische Australische huizen? Het typische Australische huis is niet zo heel groot, meestal vierkant, en gebouwd met hout. Vooral in de tropische gebieden, waar in de zomer nog al eens een rivier zich durft te laten gelden, bouwen ze het huis gewoon op een gelijkvloers waar niks is en waar hoogstens een auto staat of de was ophangt. Hun huis begint dus eigenlijk op het eerste verdiep, en onze kelder is hun gelijkvloers. Het voordeel daarvan is tweeledig: een redelijke overstroming zal hun heel huis niet onder water zetten en aangezien de lucht langs alle kanten rond het huis kan, wordt het binnen sterk afgekoeld. Natural fucking airco, mate! Ja, nog iets typisch: Australiërs vloeken massaal. Maar ik heb geleerd dat het f-woord hier gewoon een woord is dat evenzeer gebruikt kan worden om een bewering kracht bij te zetten of gewoon om een dynamische brug te slaan tussen twee andere woorden, of gewoon om verontwaardiging te uiten. No worries dus als een Aussie klaagt om een fucking expensive shit fucking water bottle. Dat is wel even wennen, maar het is een gebruik als een ander. Geen mens neemt nog aanstoot aan het f-woord.
Maar goed, terug naar Airlie Beach. Eerste opdracht: het bevestigen van mijn aanwezigheid bij de toer en het tekenen van een enorme waiver. Dat is een document waarin ge eigenlijk moet handtekenen dat het bedrijf of de scheepscrew niet verantwoordelijk is als ge het nodig vindt om uzelf van een klif te gooien enzo. Eigenlijk wordt alle aansprakelijkheid afgewezen als gij uw fleske water laat vallen, ge uw enkel breekt bij het oprapen en ge van het eiland afrolt om in de zee tegen hard koraal te knallen waardoor ge begint te bloeden en zo haaien naar u toe lokt die u uiteindelijk opvreten. Zo Angelsaksisch! Anyway, daarna was het tijd om te winkelen voor drank en snacks op de boot. Al ons eten zou daar klaar gemaakt worden, maar sommige mensen eten nu eenmaal heel de dag door...
's Morgens vroeg, want scheepslui doen alles vroeg, werden we verwacht aan de haven. Onze boot, de Avatar, een snelle trimaran, lag ergens onzichtbaar achterin in de haven. Het was bewolkt en de zee was zich serieus aan het aanstellen want zowat iedereen stond op het randje om hun pas genuttigd ontbijt door te geven aan de vissen. Humoristisch als hij was, gaf de kapitein pas na de eerste strook ruige zee mee wat we konden doen aan het feit dat we ons voelden alsof we net een brouwerij hadden leeggedronken: koel houden, buiten zitten en naar één punt staren. Rond de eilanden zelf was de zee prachtig, want de wind werd daar door het eiland afgeblokt. Snorkelen! Het was de eerste keer dat ik ooit door zo'n buis ademde terwijl ik naar kleurrijk koraal zocht, maar het is verdomme wennen. Het is belangrijk om heel bewust te zijn van de eigen ademhaling en om absoluut niet door de neus te ademen. Toen ik dat eenmaal gewend was, bleek er amper koraal te zien. Jammer, ondanks dat de kapitein het had gezegd. Het was meer als oefening omdat we op de enige plaats waren waar het op dat moment enigszins mogelijk was om te snorkelen door het ruwe weer. De tweede keer snorkelen was ongelooflijk. Het tij was perfect en dus zwommen we een dikke meter boven het kleurrijke koraal. Alle soorten en kleuren, hard koraal, zacht koraal, kleurige vissen, noem maar op. Koraal is trouwens blijkbaar altijd wit: de kleur komt van de bacteriën die zich er aan hechten. Dat was meteen genoeg voor één dag. Tussendoor konden we ook nog een paar wilde schildpadden en dolfijnen spotten en onze chef lokte zowaar een adelaar in duikvlucht naar de boot om wat vlees dat hij omhooggooide uit de lucht te vangen. Machtig! Het moment was nu gekomen waarop iedereen zich te pletter mocht eten aan een belachelijk lekkere spaghetti van diezelfde chef! Die chef deed ook deeltijds andere dingen in de driekoppige crew dan koken natuurlijk. Verklaring waarom iedereen zoveel at: een hele dag balanceren op een zeilboot en daarbovenop nog eens zwemmen, is blijkbaar een full body workout. Heeft niet eens met zee, zout of wind te maken. Welkom, pasta! Daarna was zowat iedereen pompaf.
Op dag twee was het tijd voor het absolute pareltje van de eilandengroep: Whitehaven Beach. Toeristen die maar één dag zeilen, gaan rechtstreeks naar daar en terug. Whitehaven Beach is geen gewoon strand. Het is het witste strand ter wereld. Het witte zand van Fraser Island stelde werkelijk niets voor tegenover Whitehaven Beach. Hoe dit komt? Op WB ligt geen zand, maar silica. 98 procent puur, en nergens anders ter wereld komt dit voor. Het is dus eigenlijk niet eens een zandstrand. Op WB lopen, voelt een beetje aan als op sneeuw lopen en zo ziet het er ook uit. Het is jammer dat het bewolkt was toen wij er waren, want daardoor kreeg het zand op de foto's een wat grijze tint, maar het was echt wel hélwit! De geïnteresseerde kan altijd op Google zoeken naar zonnige foto's en zelf oordelen :-) De rest van de dag werd gevuld met een tochtje naar een rots waar nog een paar Aboriginal grottekeningen te vinden waren. Niet zo veel speciaal, vond ik, omdat er niet zoveel meer overbleef, maar het was wel de eerste grottekening die ik zag. Eenmaal terug op de boot, stond het eten alweer klaar. Opnieuw was iedereen zo hongerig als een bende langdurig daklozen, want als rule number one van onze macho kapitein niet "ladies first" was, waren er gegarandeerd rellen uitgebroken op onze trimaran.
De derde dag moesten we om 9.30u pm al terug aangemeerd zijn. Gevolg: een zeemansochtend die oneindig veel te vroeg begon en een avond die zich halfweg de dag al inzette. Veel meer dan een paar foto's overzetten, heb ik niet meer gedaan tot het tijd was om met de groep nog een laatste keer af te spreken aan de tafel die als deel van de uitstap voor ons gereserveerd was in zo'n typische tent die eigenlijk een café is met uitgebreide eetgelegenheid. En we kregen er een kleine drie dollar korting, én een gratis jug (karaf) bier per 3 personen. De moeite dus!
Na het afscheid van sommigen en het wegvluchten door anderen, was het slaaptijd, want 's ochtends stond de bus alweer klaar voor opnieuw 11u reizen naar Cairns. Cairns is dé backpackersstad bij uitstek. In Cairns komt elke backpacker aan de Oostkust terecht: is het niet als vertrekpunt, dan is het als eindpunt. Het is nu al een tijdje slecht weer, qua zon dan, want qua temperatuur is het ongeveer zoals bij ons op een gewone zomerdag, dus ik hoop dat Cairns beterschap brengt. Mezelf bezighouden op de bus lukt redelijk; onder andere door dit te schrijven, door mijn hele fotocollectie op orde te brengen en te backuppen, en door muziek te luisteren. Deze rit was trouwens mijn eerste ervaring met de gigantische vlakten die Australië kent, want nu was ik meestal wakker. Nog even door het raam kijken naar het Grote Groene Niets, en dan sta ik ergens in Cairns. Mijn gsm was vroeger dan voorzien plat, dus heb nog geen verblijf kunnen regelen voor vannacht. Maar als dit online staat, wil het zeggen dat ik een bed (en stroom) heb gevonden!
Cheers again mates!
prachtig Frank, je kan echt zeggen dat je droom werkelijkheid werd... het is je gegund en wij zijn heel blij dat je geniet !
BeantwoordenVerwijderencu
Fijn dat je zoveel kunt genieten. Profiteer er van!
BeantwoordenVerwijderenKusjes en groetjes van ons allemaal!