Na het bakken en braden, werd er wel van ons verwacht dat we de BBQ proper maakten. Terwijl het besef kwam dat we dat niét voorzien hadden, schoot een vrouw te hulp. Haar strategie omhelsde echter niet veel meer dan met een papieren zakdoekje (ja, inderdaad) te "schuren" over het kookoppervlak tot het weer blonk, enkel geholpen door wat dreft en kokend water. Bert slaagde er echter in om op deze manier enorme toxische dampen te produceren onder het afdak, waarop de vrouw zei dat ze het zelf wel zou doen en dat wij ons vlees vooral niet koud mochten laten worden. Zo gezegd, zo gedaan, ahja! Tijd om onze smakelijke hoop vlees met pastasalade en brood aan onze kop in te knallen! Gelukkig konden we daarvoor terecht in de comfy mobilhome met de drie reisgezellen uit Darwin er nog in. Zij wilden ook graag Ayers Rock zien en dus waren we samen gereden. Oh ja, terwijl we achter hen reden in onze getunede driewieler, knalde er nog een ietwat besluiteloze adelaar tegen de rechtervoorkant van de mobilhome te pletter. Heel jammer, want beide partijen hadden de klap gemakkelijk kunnen vermijden...
Slapen in de auto was ei zo na pure horror. Het is eigenlijk niet uit te leggen hoe krap het was en hoe het uiteindelijk ging, maar het kwam er op neer dat de achterbank eruit gehaald was en dat er dan plaats was achter de voorzetels voor 2 kleine personen om gestrekt naast elkaar te maffen. Gelukkig moesten we vroeg op - did I just say that? - om zonsopgang aan Ayers Rock te bekijken. Die zonsopgang was heel erg mooi, maar ik had meer kleurenschakeringen verwacht dan dat er te zien waren. Waarschijnlijk omwille van de heldere hemel. Desalniettemin was de aanblik van de monoliet een heel speciale gebeurtenis. Het is één van de iconen van Australië, één van de natuurwonderen die mij naar hier lokten, één van de meest unieke rariteiten ter wereld ook. Het is een heilige plek voor de Aboriginals uit de buurt en daarom wordt er gevraagd niet aan omhoog te klimmen. Bert en ik hebben wel geklommen, maar alleen voor een stukje, om de weg in het midden te houden. Zelfs van op een dertigtal meter hoogte was het uitzicht over de Outback immers al fenomenaal. Eenmaal terug beneden wandelden we nog een stuk rond de rots, maar daarna moesten Bert en ik alleen verder naar Kata Tjuta, een ander heiligdom, waar we zeker een stuk van de Valley of the Winds gingen bewandelen, tussen de rotsformatie door. Ook dat was een heel speciale belevenis omdat het windstil lijkt, maar opeens begint te waaien omdat de wind tussen de rotsen geforceerd wordt. In een soort afgesloten tuin tussen de rotsen beslisten we om te rusten en daarna terug te keren naar ons misbaksel dat ons diezelfde dag nog een 400-tal kilometer verderop naar Kings Canyon moest zien te rijden. Al die afstanden forceerden ons trouwens ons regelmatig om te tanken: aan 2,30 of 2,35 AUD per liter welteverstaan. De zeldzame tankstations hier in het absolute niets, weten wat te vragen voor hun zwarte goud... We waren goed op tijd bij Kings Canyon om te kunnen zien wat we de dag erna gingen doen. We waren na de stevige wandelingen en de lange rit niet in staat om nog iets anders te doen dan dat.
Nog een zalig korte nacht waarna we allebei niet minder dan euforisch waren dat we nooit nog in dat machien moesten slapen, reden we van de campground terug naar de ingang van Kings Canyon. Die 6 kilometer wandelen rondom de canyon zouden wij betweters wel even doen in 2u in plaats van de door de park rangers aangeraden 3,5u. Natuurlijk was niets minder waar, want het was geen meter vlak. Stijgen, dalen, rusten, foto's maken, trappen doen, yeah roepen en lachen om niks, zorgden ervoor dat we uiteindelijk de gelukkigste mensen in de canyon waren bij het zien van het bord "carpark: 1km". De wandeling was zonder enige twijfel de moeite waard, maar wij hadden de intensiteit ervan serieus onderschat. Toch zou de dag nog veel vermoeiender worden, want we moesten de auto nog afleveren bij de louche man in de louche winkel, en dat voor 4pm (16u), want dan ging zijn louche winkel dicht en zouden we waarschijnlijk de ochtend erna voor een leeg pand staan, zo louche leek het. Fabelachtig als wij zijn, brachten we de auto binnen om 3.58pm (15.58u) na de zoveelste rit van een 400-tal kilometer en een ommetje bij het autoverhuurbedrijf waar de mobilhome intussen stond.
Omdat alleen sociologen, psychologen en alcoholproducenten op hun gemak kunnen zijn in Alice Springs, vertrokken we de dag erna meteen met Greyhound richting Adelaide. Dat zou echter een busrit van 19 uur zijn en dus besloten we om een dag halt te houden in een mijndorpje on our way south: Coober Pedy! Het enige wat ik van dat dorpje wist, was dat er veel ondergronds gebeurde omwille van de verzengende temperaturen in de zomer, dat het een mijndorpje was en dat er een ondergronds hostel was. Dat leek ons wel speciaal genoeg om er eens rond te kijken tussen twee lange busritten door... De hosteleigenaar was de opvallendste en vriendelijkste mens die er bestaat. Hij had de baard van de kerstman, de hoed van Gandalf de tovenaar, de jas van een biker en de broek en schoenen van de New Kids. Hij zag eruit alsof hij al lang genoeg leefde om gerommeld te hebben met de maagd Maria. Hij leefde graag in het donker en stond altijd klaar in zijn receptie binnen exact drie seconden nadat we er binnenkwamen, met telkens dezelfde begroeting op telkens dezelfde toon, met telkens dezelfde zachte vriendelijkheid in zijn stem: "Hello there". We besloten een pizza te halen en we raakten opgezadeld met de grootste pizza ooit gezien: een halve meter diameter. We kregen met moeite de helft op, tot jolijt van sommige voorbijgangers.
De volgende dag zorgde Bert zijn impulsief aankoopgedrag ervoor dat we onszelf tot de avond gingen bezighouden in het midden van de Outback met... golfen. Maar dat had toch wat meer voeten in de aarde dan gedacht. Wisten wij veel dat we zo ver moesten wandelen door zand, stenen, autobanden en verlaten mijnsites dat we eigenlijk uitgedroogd waren vooraleer we daar aankwamen? Wisten wij veel dat we door de weg te proberen afsnijden ergens halfweg de tweede hole ineens opdaagden voor mensen die er aan het spelen waren en die zich ongetwijfeld afvroegen waar wij in godsnaam uitgekropen kwamen? Wisten wij veel dat we het begaaidste wedstrijdje golf ooit gingen spelen, met een green die zwart is en met in de verste verte geen grasspriet te zien? Aussie style outback golf. Benodigdheden: een vierkante decimeter kunstgras om onder het balletje te leggen voor elke slag, héél veel golfballen, véél water en een karretje met golfclubs, en inzien hoe legendarisch de situatie eigenlijk is.
's Avonds bracht de tovenaar ons met zijn busje naar de stopplaats van de Greyhound, 350 meter verderop. En elf uur later was het een koude ochtend in Adelaide, waar we de stad verkenden, incheckten, de stad verder verkenden en iets aten. Want in de bus slapen is en blijft vermoeiend! Gelukkig stond er nog iets unieks op het programma voor de volgende dag: een wijnproefuitstap door de befaamde wijnstreek van South Australia: de Barossa Valley. Wij, drie Chinezen, twee Australische oudjes en later twee Nieuw-Zeelandse oudjes, stopten bij verschillende wijnmakers om verschillende wijnen te proeven en zo de goede van de slechte wijn te leren onderscheiden, maar ook om een eigen smaakvoorkeur te ontwikkelen. De Chinezen kwamen zo ver niet; zij dreigden al om te vallen na de eerste stop. Het was wel verbazend hoe dezelfde druifsoort door verschillende wijnmakers tot een anders smakende wijn wordt verwerkt. Ik heb nu wel ongeveer een idee welke wijnsmaken ik wel kan pruimen - see what I did there? Vooral de sauvignon en de wijnen zonder eiksmaak liggen mij wel. De shiraz-wijnen vonden we allebei te zwaar omdat die telkens precies een plakkerig laagje legden op de tong. En één wijn bevatte zelfs een sterke chocoladesmaak. Lekker! Maar duur. We passeerden ook Jacob's Creek, waar de Australische massaproductiewijn wordt gemaakt en geëxporteerd naar onder andere België. En inderdaad, die wijn trekt op niet veel vergeleken met wat we geproefd hebben, maar de prijs is er dan ook naar...
Intussen hangt Bert weer ergens in de lucht, heb ik een uitstapje gemaakt naar het pittoreske dorpje Glenelg en rest mij alleen nog uit te zoeken hoe ik het best via het laatste vereiste to-do punt op mijn planning, the Great Ocean Road and the Twelve Apostles, terug in Melbourne geraak.
It's going fast these days...
Cheers!



Hoe meer je verteld, hoe nieuwsgieriger dat ik wordt. Toch heel blij als je weer terug bent.
BeantwoordenVerwijderenThanks voor de verjaardag wensen.
Verzorg je goed en geniet er de laatste dagen nog van. Begint te korten, mama zal blij zijn!